Guido Geelen

teksten

Inspiratie uit klassieke oudheid

17 augustus, Amersfoort Nu (Adriënne Nijssen)

project Een Nieuwe Laocoön

AMERSFOORT - “Nee, ik heb niet het idee dat ik naar een nieuwe uitvoering van een heel oud beeld kijk. Voor mij is het gewoon een nieuw beeld dat ik prima vind passen in deze omgeving,” zegt Birgit.


Ze komt wel vaker in het Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Meestal om aan de grote leestafel plaats te nemen en de tijdschriften door te bladeren. Voor haar hoort het vergulde beeld van kunstenaar Guido Geelen in de hal gewoon bij het gebouw. Het kunstwerk is geïnspireerd op ‘De Laocoöngroep’, misschien wel het bekendste beeld uit de oudheid. Het stelt de Trojaanse priester Laocoön en zijn zoons voor, die worden aangevallen door twee slangen. De priester had de Trojanen gewaarschuwd voor de Griekse list met het Trojaanse paard. De slangen werden gestuurd door de godin Athena omdat deze mee had gewerkt aan de list met het paard samen met Odyseus. 
De originele Laocoön-groep werd tientallen jaren voor Christus gemaakt, door Hagesandros, Polydoros en Athanadoros van Rhodos. Het beeld werd regelmatig tot oorlogsbuit gemaakt. Via Frankrijk, waar Napoleon het tentoonstelde in het Louvre, is het beeld in het Vaticaan terecht gekomen.
Guido Geelen, in 1961 in Thorn geboren en nu Tilburger, ontving in 2000 de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de kunst. De prijs werd hem toegekend voor de onorthodoxe wijze waarop hij de toepassing van klei een vernieuwende impuls gaf. Ook in brons en aluminium past hij vaak minder gebruikte technieken toe.
Vanaf het moment dat Geelen de opdracht van de Rijksdienst kreeg, maakte hij zijn plannen kenbaar. Hij wilde niet alleen aansluiten bij het gebouw en de mensen maar ook bij de oneindige hoeveelheid materiaal van 350.000 jaar geschiedenis die bij de Rijksdienst te vinden is. 
Een echte familie stond model voor het kunstwerk dat drie generaties laat zien. Deze verwijzen naar het verleden, heden en de toekomst. De drie figuren zijn in een spiraal om elkaar heen verwerkt, waarbij de zoon op de grond gezeten de basis vormt. De vader is de kern waaromheen de andere twee figuren en de slang draaien; hij draagt de kleinzoon op zijn schouder die als enige uit kan kijken in de verte. “Ik vind het een realistisch werk,” zegt Birgit. “Moet je zien, zelfs de afdruk van de huid is nog te zien.” Normaal worden gietranden bij een kunstwerk weggewerkt, hier zijn ze allemaal te zien. De kunstenaar heeft dit bewust gedaan als verwijzing naar het werk van de Rijksdienst. Onderzoekers hebben immers de hele context nodig om goed te kunnen beoordelen.