Guido Geelen

teksten

Twintig Vijfentwintig 95 06

20 jaar NBKS in 25 kunstopdrachten voor de openbare ruimte

project Splash, 7 parts

In 1992 startte in Bergeijk de nieuwbouw voor Sociaal Cultureel Centrum De Kattendans. In dit gebouw werd een aantal zalen voor verschillende vormen van artistieke expressie (theater, dans, beeldende vorming) ondergebracht, in combinatie met een ruimte voor ouderen, voor jongeren, kantoorruimten, vergaderzalen en het Eicha Museum voor archeologische bodemvondsten uit de Kempen. Samen met de NBKS boog de voor dit doel in het leven geroepen kunstcommissie zich over de procedure voor een kunstopdracht. Vier kunstenaars werden uitgenodigd voor een gesprek. Op basis van deze gesprekken besloot de commissie een schetsopdracht te verstrekken aan Guido Geelen.

[img]artikelen/20251.jpg[/img]

Guido Geelen is vooral bekend met zijn keramische werk. Als kleine jongen haalde hij met zijn vriendjes al klei bij de steenfabriek in Thorn, het dorp waar hij opgroeide. Met een beetje geluk mochten hun maaksels bij de dakpannen in de oven. De vrijheid van toen lijkt hij voor altijd vast te hebben gehouden. Zijn experimenten met het materiaal, zowel in techniek als in toepassing en vorm, hebben keramiek als modern medium onder de aandacht gebracht. Zijn werk is aangekocht door gerenommeerde musea als Museum Kröller-Müller in Otterlo, De Pont in Tilburg en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Guido Geelen ontving de laatste jaren diverse kunstprijzen, waaronder de Dr. A.H. Heinekenprijs. In het juryrapport van deze prijs wordt hij geroemd om 'de onorthodoxe wijze waarop hij de toepassing van het materiaal klei een vernieuwende impuls heeft gegeven'.

Het werk dat Geelen voor De Kattendans realiseerde, lijkt een omslagpunt te vormen in zijn oeuvre: het is zijn eerste beeld in brons. Geelen stelde voor om het gebouw drager te laten zijn van een bronzen waterval. Een ogenschijnlijk eenvoudig idee, dat in de uitvoering zijn specifieke problemen kende. Experimenten met druppels vallend water gemodelleerd in was, die met behulp van de 'cire perdue' ('verloren was') methode in brons gegoten werden, leverden de kunstenaar niet het resultaat op dat hem voor ogen stond. In overleg met de bronsgieter koos hij voor een andere methode: het brons werd rechtstreeks op een hittebestendige plaat gegoten. Toeval bepaalde zo de vorm van de 'druipers'. Een werkwijze die bij nader inzien parallellen vertoont met zijn behandeling van klei. Ook daar laat hij de uiteindelijke vorm vaak over aan de oven. Opnieuw leverde zijn onorthodoxe werkwijze verrassende resultaten op.

De waterval kreeg in overleg met de architect van het nieuwe complex zijn plek boven de trap. Door de beweging die het werk suggereert wordt een natuurlijke verbinding tussen de boven- en de benedenverdieping gelegd. Het werk lijkt uit de architectuur zelf voort te komen. De wand is zowel sokkel als onderdeel van het werk. De geraffineerde eenvoud van het kunstwerk is indrukwekkend. In de toelichting bij zijn werk zegt Geelen zelf: 'Het werk appelleert sterk aan de fantasie en het associatieve vermogen van de beschouwer. Zo is er voor elk wat wils: psychedelica voor de jongeren, bevroren actie voor de dansers, studiemateriaal voor het Eicha Museum, hersengymnastiek voor de ouderen'. De kennismaking met de cire perdue methode waarmee de eerste proefmodellen gemaakt werden, heeft in de jaren erna sterk zijn werk beïnvloed. De opdracht voor De Kattendans in Bergeijk bleek voor Guido Geelen de aanzet tot een nieuwe ontwikkeling in zijn werk.