Guido Geelen

teksten

Cobra tot Dumas

Hans den Hartog Jager

groep expositie Cobra tot Dumas, Collectie de Heus - Zomer

Victoria: 'Met Guido Geelen hebben we kennisgemaakt via Mare Mulders. Die zei: "We hebben hier een groepje vrienden in Tilburg en een van hen maakt driedimensionale dingen. Nu weet ik wel dat jullie dat niet zo verzamelen, maar misschien willen jullie toch even mee gaan kijken." Eenmaal bij Guido op het atelier waren we meteen om.'
Henk: 'Later zijn ze met z'n vijven de Tilburgse school gaan vormen.'
Victoria: 'Met een van zijn beelden was meteen iets bijzonders aan de hand - bijna symbolisch. Guido had een serie gemaakt van twaalf "hangbeelden". Die werden gebakken uit rode klei en vervolgens beplakt met kleurige poëzieplaatjes, heel vrolijk, heel speels. En laat er daar nou een bij zitten... Aan de bovenkant stonden boeken, voor ons meteen een verwijzing naar mijn familiegeschiedenis, de drukkerij en uitgeverij van mijn vader. En de onderkant zit helemaal vol beestjes, koeien, schapen, noem maar op - dat verwees natuurlijk naar de agrarische wereld van Henks familie. Zonder het te weten had Guido ons beider roots gevangen in een beeld.' Lachend: 'Meteen gekocht natuurlijk.' Henk: 'Het varken en de kip die op de tentoonstelling komen hebben we later gekocht. Natuurlijk speelt daarbij onze liefde voor beesten en zeker kippen een rol, maar we vinden ze ook als beelden erg goed.' Victoria: 'Guido speelt heel erg met de manier waarop je een beeld maakt. Net zoals een schilder je soms op zijn verfgebruik wijst, zitten er in Guido's beelden allerlei verwijzingen naar het fabricageproces. Dat begint al met die gaten die hij erin stopt, waarmee hij volgens mij wil laten zien dat het hem niet om realisme gaat - het blijven altijd beelden. Dat benadrukt hij nog eens door overal de zogenaamde giet-kanalen te laten zitten. Die kanalen moetje als beeldhouwer tijdens het productieproces aan je beeld zetten zodat het brons de mal in kan vloeien. Als het brons er dan in zit en is gestold, halen alle andere kunstenaars die kanalen weg, met veel vijlen en schuren, omdat ze de illusie natuurlijk niet willen verstoren. Guido laat ze juist zitten, als een soort eerbetoon aan de bronsgieter: "Zonder die gieters bestaat mijn beeld niet", zegt hij, "en dat wil ik laten zien."'


Henk: 'Het prettige aan deze beelden vind ik, dat ze zo toegankelijk zijn zonder plat te worden. Meestal staan ze bij ons op kantoor, waar kunst en onze zakelijke wereld mooi bij elkaar komen. We hebben Guido nu ook de opdracht gegeven om een groot beeld voor de gemeente Barneveld te maken.' Victoria: 'Maar dat kan nog niet in het boek.' Henk: 'Soms moet ik wel om Guido lachen. We hebben zeker zes beelden van hem, waaronder een varken, een kip en een ei. Ondertussen probeert hij me al jaren een koe te verkopen. Een koe op ware grootte. Ik zeg maar tegen hem: jongen, wat moet ik met die koe, waar moet ik 'm neerzetten? In ons kantoor soms? Ach, dat hebben goede kunstenaars wel vaker hè, een sterke eigen wil. Daardoor bereiken ze wat ze willen bereiken. Daar herken ik mezelf ook wel weer in.'