Guido Geelen

teksten

Zonder titel, Pietà

Museum voor Religieuze Kunst, Uden, juli 2002, Leon van Liebergen

groep expositie Pietà

Het beeld heeft iets van een kinderpuzzel, een raadsel dat door lijnen te trekken langs een stippellijn opgelost kan worden. Je volgt die lijn door van het laagste cijfer naar het hoogste getal te gaan. Hier en daar heeft de maker van de puzzel een aanwijzing gegeven voor de totale figuur. Tussen de stippellijn zijn bijvoorbeeld een neus, een paar ogen, een hand of een voet weergegeven. Is de opdracht vervuld dan verschijnt de gehele afbeelding.

Bij het werk van Guido Geelen (1961) ontbreken de stippellijnen en zijn de aanwijzingen voor de voorstelling meer concreet. Schijnbaar willekeurig heeft hij een tweetal voeten en handen op, voor en in de directe omgeving van een aambeeld op een stronk geplaatst. Eén paar handen en voeten is kleiner en getekend door het leven, één paar jonger en groter. Het zijn de ledematen van een moeder en haar zoon. De gerimpelde handen van de moeder liggen geopend op het aambeeld, haar voeten steunen naast elkaar aan de rechterzijde tegen de boomstronk. Op het donkere aambeeld ligt nog een hand, uitgestrekt en half gesloten. Een tweede valt, met de rug naar de toeschouwer gekeerd, schrijlings neer voor dit meest robuuste hulpmiddel van de smid. Ook deze hand is als verlamd gevangen in het gegoten aluminium en wijst met een geknakt gebaar naar de grote voeten die links van de stronk staan opgesteld.

In deze verstilde compositie heeft Guido Geelen zich beperkt, laat hij de gebruikte materialen het verhaal vertellen. Het oprechte ijzer van het aambeeld mag daarbij in aardse zin contrasteren met het vergulde aluminium, een materiaal gebruikt om het goddelijke te duiden.

Hier ontmoet de smidse van zijn vader, het dagelijks leven waar het brood verdiend moet worden in het zweet des aanschijns, het onmenselijk lijden gevangen in begrippen als liefde, overgave en lijden. Guido Geelen heeft de klassieke piëta vertaald, binnenshuis gehaald. Zelf zegt hij hierover: " Er is een houten zetel waarop een aambeeld staat. Het aambeeld waar mijn vader met kracht en vuur ijzer kneedde en boetseerde. Op het aambeeld liggen de handen van mijn moeder te rusten en te waken. Aan de voet van het hout wortelen de voeten van haar zoon".

L.L.